Let's (not) talk about sex: het ondergeschoven kindje van de gehandicaptenzorg

Hoe ga je om met een cliënt die zijn hand in de broek van een andere cliënt steekt? Of iemand die zit te masturberen op het toilet? Veel studenten van de zorgopleidingen gehandicaptenzorg zullen het ook niet weten. Ze krijgen er in hun toekomstige werkveld dagelijks mee te maken, maar op hun opleiding krijgen ze geen lessen over seksualiteit. Terwijl juist deze kwetsbare groep vaak slachtoffer is van seksueel misbruik. Waarom wordt seksualiteit niet verplicht meegenomen in het curriculum van de opleidingen gehandicaptenzorg?

 

DOOR: Nina Klaassen

 

“Kijk, jongens, ze zijn klaar.” Docent Bjorn Ciggaar van MBO Utrecht zwaait fanatiek met een 3D-geprinte clitoris. “De groep die de volgende keer het beste presenteert, krijgt er eentje mee naar huis.” De leerlingen reageren enthousiast en vragen hun docent het hemd van het lijf. Vervolgens neemt iedereen plaats in een kring waar er nog volop wordt gepraat over de geprinte clitoris. Geïnteresseerd vraagt een aantal vrouwelijke studenten of ze het mogen vasthouden. “Gaaf zeg!” In elke andere les was dit misschien een gekke beloning geweest, maar in de lessen van Ciggaar die de studenten leert over seksualiteit, is het gewoon een normale woensdag.

 

In het tweede jaar van de opleidingen (Persoonlijk) begeleider gehandicaptenzorg en (Persoonlijk) begeleider specifieke doelgroepen krijgen de studenten van MBO Utrecht zo’n tien weken les over seksualiteit. Ze bespreken casussen, kijken naar programma’s als The Undateablesen delen ervaringen. “Het gaat erom dat het ongemakkelijke er een beetje vanaf gaat en dat hun interesse voor dit onderwerp wordt aangewakkerd,” zegt Ciggaar. Sinds vorig jaar zet hij zich in om seksualiteit een grotere rol te laten spelen in het curriculum. “Vorig jaar gaven we één uur in de week les over dit onderwerp, maar we merkten al gauw dat de interesse groot genoeg was om het uit te breiden.” In samenwerking met Rutgers, het kenniscentrum voor seksualiteit, en stichting SAR (Stichting Alternatieve Relatie Bemiddeling),die tegen betaling intimiteit en seks verzorgen voor onder andere mensen met een verstandelijke beperking, is Ciggaar druk bezig met het ontwikkelen van lesmateriaal. “Ik vind het belangrijk dat het op de kaart wordt gezet.”

 

De les begint met het kijken van een aflevering van Spuiten en Slikken. Er zijn twee jonge mannen met het Syndroomvan Down te gast. Ze praten over hun seksleven en waar ze tegenaan lopen. “En dan gaat het BAM BAM”, vertelt Tobias inhet filmpje als hij het over de daad heeft. De klas lacht er hartelijk om. Na afloop komen er toch een hoop vragen. Een meisje steekt haar hand op. “Meneer, maar even een serieuze vraag he. Hoe werkt dat met mensen het Syndroom van Down, die verliefd worden of gevoelens krijgen?” Een andere klasgenoot reageert: “Je moet ze dat echt leren, anders gaan ze heel snel. Je moet zeggen eerst komt het zoenen. Je kunt niet meteen seks met iemand hebben als je diegene net hebt ontmoet. Dan gaat het verkeerd.” Het zijn maar een paar vragen die in de les worden behandeld en de meeste studenten doen actief mee om de antwoorden op de vele vragen te vinden.

 

Het uitgebreid behandelen van seksualiteit is echter lang bij niet alle zorgopleidingen aan de orde. Op dit moment zijn zorgopleidingen die zich richten op gehandicaptenzorg niet vanuit de overheid verplicht om seksualiteit op te nemen in hun curriculum. Dit resulteert erin dat seksualiteit nu vaak of helemaal niet wordt behandeld, of zeer minimaal. Het zorgt ervoor dat studenten niet goed zijn voorbereid op het werkveld. Daar zijn zijzelf, maar ook hun cliënten, de dupe van.

 

Overheidsbemoeienis en bemoeizucht

Er zijn 77 mbo-scholen, hogescholen en universiteiten in Nederland die een zorgopleiding aanbieden waarmee je later in de gehandicaptenzorg kan werken. Na een rondvraag langs deze opleidingen reageerden 70 op de vraag op welke manier seksualiteit een rol speelt in het curriculum*. Uit dit onderzoek blijkt dat seksualiteit vaak of een hele kleine rol speelt en in veel gevallen onderdeel is van een ander vak, een keuzeonderdeel is of zelfs helemaal niet wordt meegenomen. Zeventien docenten wilden niet dat seksualiteit een verplicht onderdeel zou worden van het curriculum, tegenover 51 docenten die ‘ja’ zeiden. De voornaamste reden dat deze mensen dit thema niet wilden verplichten, was omdat ze niet nog meer overheidsbemoeienis wilden.

 

Maar het grootste deel van de docenten en beleidsmakers wil dus wel dat het een verplicht onderdeel wordt van de opleidingen. Ook de opleidingen die er al wel aandacht aan besteden in hun curriculum, willen graag dat het verplicht wordt. Vooral omdat de tijd die er momenteel aan seksualiteit wordt besteed, minimaal is. Bij vier van de onderzochte opleidingen maakt seksualiteit op geen enkele manier onderdeel uit van het curriculum. De docenten van deze opleidingen gaven ook allemaal aan dat ze niet willen dat de overheid het verplicht onderdeel van het curriculum maakt.

 

Bij 61 opleidingen die onderzocht zijn, maakt seksualiteit al wel vast onderdeel uit van het curriculum. De meesten geven aan er niet meer dan tien weken aan te besteden over een periode van drie of vier jaar studie. Maar er zijn ook opleidingen die seksualiteit over een langere periode en in verschillende vakken meenemen. Er zijn al een aantal richtlijnen voor opleidingen als het gaat om hoe zij invulling geven aan het curriculum, maar op het gebied van seksualiteit wordt er verder niet veel verplicht.

 

Competenties en kwalificatiedossiers

Zijn er dan geen richtlijnen met betrekking tot het behandelen van seksualiteit tijdens de opleiding? Zeker wel. Op zowel het mbo als het hbo zijn er wel bepaalde richtlijnen. Zo zijn er in het mbo kwalificatiedossiers waarin eisen staan waaraan de opleidingen moeten voldoen. Het kwalificatiedossier ‘Maatschappelijke Zorg’ betreft eisen voor de opleidingen (Persoonlijk) Begeleider gehandicaptenzorg, (Persoonlijk) begeleider Specifieke Doelgroepen, Agogisch medewerker GGZ en Thuisbegeleider. Deze opleidingen trainen veel toekomstige zorgverleners. Een van de eisen waaraan de student aan het eind van zijn of haar opleiding aan moet voldoen,is dat hij of zij ‘regulerende methodieken kan toepassen ten aanzien van seksualiteit en intimiteit.’ Er staat echter niets beschreven over in hoeverre dit moet worden toegepast in het curriculum, maar studenten moeten aan het eind van hun opleiding dus wel op een verantwoorde manier met seksualiteit van hun cliënten om kunnen gaan. Waarom is seksualiteit dan nog niet overal opgenomen in het curriculum?

 

Bij de hogescholen en de universiteiten werkt het iets anders. Beide worden vrijgelaten in de manier waarop ze invulling geven aan de opleidingen, maar de hogescholen werken wel met competenties. Zo schreven ze ook een competentie voor de Jeugdzorgwerker waarin wordt beschreven wat de studenten moeten leren op het gebied van de seksuele ontwikkeling, seksueel risicogedrag en seksueel misbruik. Deze competentie is in samenwerking met de Vereniging van Hogescholen en met Jeugdzorg Nederland geschreven naar aanleiding van het rapport van de commissie-Samson uit 2012. Er is (nog) geen competentie geschreven die zich richt op de toekomstige gehandicaptenzorgwerker.

 

Kinderen met een beperking vaker slachtoffer seksueel misbruik

In 2012 kwamen er schokkende getallen naar buiten die de zorg op zijn kop zetten. In een rapport van de commissie-Samson, getiteld ‘Omringt door zorg, toch niet veilig’, stelde de commissie dat uit huis geplaatste kinderen gemiddeld bijna twee keer zo vaak slachtoffer worden van seksueel misbruik dan gemiddelde Nederlandse kinderen. Het misbruik vond voornamelijk plaats in residentiële instellingen. Meisjes zouden daarnaast meer dan twee keer vaker slachtoffer zijn dan jongens. Daarnaast kwam er naar voren dat professionals nog geen twee procent waarnemen van het aantal gevallen dat door kinderen zelf wordt gerapporteerd. Op basis van dit rapport greep de overheid in.

 

Vanaf 2012 zijn zorgopleidingen die zich richten op jeugd verplicht om seksualiteit op te nemen in hun curriculum. Een logisch gevolg uit een rapport dat zo negatief is over de veiligheid van deze kinderen. Maar uit datzelfde rapport blijkt ook dat kinderen met (licht) verstandelijke beperking ruim drie keer zo vaak slachtoffer zijn van seksueel misbruik dan kinderen zonder (licht) verstandelijke beperking.

 

De cijfers blijken niet alarmerend genoeg om ook de opleidingen die zich richten op gehandicaptenzorg te verplichten aandacht te besteden aan seksualiteit. Zelfs niet als twee hoogleraren die meewerkten aan het rapport in het NRC Handelsbladaan de bel trekken. Er zou informatie achterwege zijn gelaten waardoor de uitkomsten van het rapport nu positiever leken dan ze eigenlijk waren. Maar wisten we dat niet al? In het rapport ‘Beperkt Weerbaar’van Instituut Rutgers dat een jaar voor het rapport van commissie-Samson uitkwam, bleek dat 61 procent van de vrouwen met een beperking (een verstandelijke, visuele of lichamelijke) ooit slachtoffer werd van seksueel geweld. Ook gaf 23 procent van de mannen aan slachtoffer te zijn van seksueel geweld.

 

Greetje Timmerman is hoogleraar Jeugdsociologie en een van de hoogleraren die kritiek had op het rapport van commissie-Samson. Het onderzoek richtte zich op jeugd en gehandicaptenzorg betreft mensen van alle leeftijden. Het kan volgens Timmerman een reden zijn dat het toen niet verplicht is geworden voor de gehandicaptenzorgopleidingen, maar het is volgens haar geen excuus om het niet te verplichten. “Ik vind het heel raar dat seksualiteit nu nog steeds geen verplicht onderdeel is. Het is een van de eerste dingen waar mensen als professional in de zorg mee te maken krijgen. Vooral na het onderzoek ‘Beperkt Weerbaar’ had ik het logisch gevonden dat de overheid het verplicht had gemaakt.”

 

Ook Rien van IJzendoorn, hoogleraar Gezinspedagogiek, werkte mee aan het rapport en vindt het een goede zaak als het een verplicht onderdeel wordt van de opleidingen. “Het is een goed idee als de inhoud van het curriculum helder laat zien dat ieder ongewenst seksueel contact juist voor deze meest kwetsbare groep op langere termijn grote schadelijke gevolgen heeft.Veranderingen in curricula hebben blijkbaar tijd nodig, maar ik ben optimistisch dat die veranderingen er komen.”

 

Blikopeners

Christel van der Horst kijkt er niet meer raar van op. Tijdens haar loopbaan in de zorg heeft ze veel gezien over wat er allemaal mis ging op het gebied van seksualiteit. Het inspireerde haar om in 2015 samen met Jeroen Hindrinks het bureau BlikOpeners te starten. Het initiatief dat ervoor moet zorgen dat seksualiteit in de verstandelijk gehandicaptenzorg op de kaart wordt gezet. Samen geven ze trainingen en lezingen aan onder andere studenten, zorginstellingen,zorgverleners en aan ouders over seksualiteit van verstandelijk beperkten. Christel zag daar met eigen ogen hoe vaak het thema seksualiteit nog een groot taboe is. “Het maakt niet uit in welke tak van sport je zit. Zodra we het over seks hebben vinden mensen dat ingewikkeld en moeilijk. Het beland heel snel in de la omdat andere onderwerpen dan belangrijker zijn.”  Volgens Van der Horst legt Aafke van Scharloo het perfect uit: het is ongemakkelijk.

 

Christel merkt dat ze vaak trainingen en lezingen moet geven als er als een keer wat mis is gegaan op het gebied van seksualiteit. “Wij worden vaak ingeschakeld als er al wat aan de hand is. Dat is dan bijna altijd een reactie op een negatieve aanvaring met seksualiteit. Terwijl het in de gehandicaptenzorg juist heel goed is om op jonge leeftijd al goede seksuele voorlichting te geven en dat te blijven herhalen. Je moet daar je cliënten weerbaar in kunnen maken. Ook is het goed om niet alleen op de negatieve kanten van seksualiteit de aandacht te vestigen, maar ook aandacht te besteden aan hoe leuk seks kan zijn.”

 

Maar ook de cliënten zelf weten volgens haar weinig van seksualiteit. “Ik spreek nu heel vaak groepjes mensen met een verstandelijke beperking die al wat ouder zijn en dan schrik ik soms gewoon van de dingen die zij niet weten. Dat hebben wij als zorgverleners gewoon allemaal laten liggen. En dan maak je ze nog kwetsbaarder. Door die onwetendheid en het gebrek aan kennis weten ze niet wanneer ze zelf over een grens gaan en ze weten het ook heel vaak niet als een ander over een grens heen gaat. Dat moet je ze leren.”

 

Christel wijdt het deels aan de verpreutsing en het gebrek aan kennis dat de studenten zelf over gezonde seks hebben. “Jonge mensen weten heel weinig over de gewone gezonde seks. Dan is het ook moeilijk om goede voorlichting te geven aan anderen. En een goede voorlichting aan je cliënt kunnen geven, is echt een must. Of je cliënt nou een hoog niveau heeft of juist een laag niveau, je moet het kunnen bespreken.”

 

Dilana Schaafsma is onderzoeker en docent bij de opleiding Pedagogiek bij de Fontys Hogeschool. Ze werkt veel samen met Van der Horst en ziet ook dat er een groot gebrek aan kennis is. “Je moet er ook rekening mee houden dat de meeste studenten zelf ook weinig goede voorlichting hebben gehad. Ik doe met mijn studenten in de eerste les bij het keuzevak een oefening waarbij ze zoveel mogelijk woorden voor het mannelijk en het vrouwelijk geslachtsdeel moeten noemen. Meestal staat bij het vrouwelijks geslachtsdeel het correcte woord ‘vulva’ er niet eens bij. Het kennisniveau van de studenten is dus vaak ook niet zo hoog.”

 

Toch is er een heleboel lesmateriaal voor zowel verstandelijke beperkten als voor zorgverleners. Er zijn boeken over alles wat met seksualiteit te maken heeft, lesmateriaal over anticonceptie en levensechte replica’s van geslachtsdelen. Volgens Christel ligt het dus niet aan een tekort aan materiaal en kennis op dat gebied. “Ik zeg ook: stop maar met ontwikkelen van lesmateriaal en begin maar gewoon met dat wat er nu aanlesmateriaal is te gebruiken. Dan komen we al een heel eind.”

Klik hier om een tekst te typen.

Studenten missen lessen over seksualiteit

Dat studenten zelf ook niet zo veel weten van seksbemoeilijkt ook de manier waarop zij voorlichting moeten geven aan hun cliënten. Vooral omdat de opleidingen ze dus vaak onvoldoende trainen. Renee Hardlooper, Krista de Ruiter en Jordan Schouten herkennen het gebrek aan lessen over seksualiteit in het curriculum. Zij volgen of volgden een zorgopleiding waarbij seksualiteit helemaal niet of zeer weinig ter sprake kwam.

 

Renee begon met de opleiding Specifieke Doelgroepen op MBO Amersfoort toen ze al werkzaam was bij een dagbesteding. Ze komt dagelijks in aanraking met seksualiteit, maar heeft op school geen les gekregen over seksualiteit. Volgens haar is dat een groot gemis. “Ik merk dat seksualiteit bij gehandicapten nog echt een taboe is. Ik vind het heel moeilijk om over te praten, wat ik weet er ook gewoon heel weinig over. Dat is jammer. Studenten hebben er denk ik wel veel behoefte aan.”

 

Ze maakt in het dagelijks werk veel dingen mee, waarvan ze niet altijd weet hoe ze daarop moet reageren. “We hebben een cliënt die raakt mensen altijd op ongewenste plekken aan. We zeggen altijd tegen hem ‘niet doen’ en we zijn heel streng, maar we geven hem eigenlijk nooit uitleg waarom dat niet mag. Hij heeft een enorm hoog libido. Het is een serieus probleem dat zich dagelijks voordoet. We zijn daar de hele dag mee bezig. In een crisissituatie moest ik hem een keer vijf minuten alleen laten omdat ik met een andere cliënt bezig was. Toen ik terugkwam zat hij met zijn hand in de broek van een andere cliënt. Dan is de ander heel kwetsbaar.”

 

Maar toch voelt Renee zich wel verantwoordelijk. “Andere cliënten hebben er last van en die kunnen er een trauma door oplopen. We moeten dan actie ondernemen voordat zoiets gebeurt. Maar ik vind het heel spannend om dan een gesprek aan te gaan met ouders. Ik durf dat niet en weet ook niet zo goed hoe ik dat zou moeten doen. Meer kennis laat je ook wat steviger in je schoenen staan. Dat zijn dingen die ik graag zou leren in mijn opleiding.”

 

Krista is het met Renee eens, al kreeg zij tijdens haar opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan het Windesheim in Zwolle (tegenwoordig Social Work) wel een aantal lessen over seksualiteit. Toch vindt ze dat het nog een stuk beter kan. “We hebben er wel les over gehad. Dat ging meer over seksueel overschrijdend gedrag van jongeren en collega’s, maar ik ben nooit voorbereid op de seksuele ontwikkelingen van deze jongeren. Ze hebben het wel even aangestipt, maar dat even aanstippen voldoet niet aan wat je eigenlijk wel hoort te weten als je in de gehandicaptenzorg werkt. Ik denk dat ik er tijdens vier jaar studie, maximaal vier lessen over heb gehad.”

 

Ook had ze veel meer willen leren als het gaat om seksuele voorlichting geven aan de cliënten. “Je moet nu echt vanuit de praktijk leren hoe je daarmee om moet gaan. Volgens mij is dat niet nodig, ik had er ook theoretisch al veel beter op voorbereid kunnen worden.”

 

Jordan Schouten volgt de opleiding Begeleider Specifieke Doelgroepen aan het Deltion College in Zwolle. Hij heeft een aantal lessen gehad over seksualiteit en merkt dat hem dat al redelijk voorbereidde op zijn loopbaan in de zorg.Toch vindt ook hij dat er meer aandacht aan het thema seksualiteit moet worden besteed. “De les is al lang geleden en ik ben het grootste deel eigenlijk alweer vergeten. Het zou beter zijn als het wordt herhaald over een langere periode. Dan kun je echt handvatten krijgen en leer je meer over hoe je bepaalde situaties het beste kunt aanpakken.”

 

Renee, Krista en Jordan zijn het er dan ook over eens dat seksualiteit een verplicht onderdeel moet worden van het curriculum van de opleidingen die zich richten op gehandicaptenzorg. Renee vertelt hoe belangrijk het volgens haar is dat het verplicht onderdeel wordt. “Er is nu een vrouw van 61 bij ons op de dagbesteding met een licht verstandelijke beperking. Zij is al meerdere keren misbruikt en zelfs al een keer verkracht door een andere cliënt. Ik zou zo graag willen leren hoe ik het beste met haar om kan gaan en hoe ik haar kan uitleggen wat er met haar is gebeurd. Nu kom ik daar niet zo ver mee.”

 

Krista vult aan: “Ik vind dat heel belangrijk dat het verplicht onderdeel wordt van het curriculum. Seksualiteit moet ook een groot onderwerp zijn in het curriculum. Dat komt nu veel te weinig aan bod. Sommige aspecten komen wel heel veel aan bod, zoals methodiek en dan denk ik: laten we juist andere dingen gaan doen. Het lijkt alsof mensen nog te bang zijn om bepaalde dingen aan te kaarten en dossiers als seksueel misbruik open te trekken. Maar het is zo belangrijk dat juist dat wordt besproken.”

 

Ook Jordan vindt dat dit verplicht moet worden. “Je werkt met mensenlevens. Het gaat om mensen die kwetsbaarder zijn dan andere mensen. Het is dan heel belangrijk om te leren hoe je moet omgaan met de seksualiteit van zo’n kwetsbare groep. Het lijkt erop dat het nu ook niet veel gebeurt omdat het nog steeds een beetje een taboe onderwerp is. Ik snap het ergens ook wel als een docent niet graag studenten over seksualiteit wil vertellen. Ik snap dat het dan niet je favoriete vak gaat worden, maar ik vind wel dat het meer behandeld moet worden.”

 

De cliënten en hun ouders

Niet alleen de studenten hebben baat bij betere kennis over seksualiteit, ook voor de cliënten maakt het een wereld van verschil. En natuurlijk de ouders van deze cliënten, die veel te maken krijgen met zorgverleners. Maddi de Munnik is als ouder nauw betrokken bij de zorg van haar 25-jarige zoon Mathijs die een verstandelijke beperking heeft. Mathijs woont bij woongroep DBuren in Apeldoorn, dat voortkwam uit een ouderinitiatief. Ze zit zelf in het bestuur en heeft daar vanaf het eerste moment gesprekken rondom seksualiteit normaal gemaakt. “Een van de eerste onderwerpen die we besproken was gericht op relaties en waar we op moesten letten? Wat we gewoon merkten in het allereerste begin is dat ouders dachten dat we daar geen afspraken over hoefden te maken. Maar wat is normaal? Jouw normaal hoeft niet hetzelfde te zijn als mijn normaal. Zeker bij dit soort onderwerpen komen je eigen normen en waarden kijken.”

 

Ze vindt het goed als studenten meer weten over seksualiteit, maar vindt niet dat het per se verplicht onderdeel moet worden. “Het maakt mij als moeder niet uit hoe een begeleider aan de nodige kennis komt. Ik onderschrijf het persoonlijk van harte dat het in de opleidingen wordt meegenomen, maar ik weet ook dat opleidingen keuzes moeten maken over wat er in het curriculum komt. Ik denk wel dat het met name voor mbo-studenten goed is om er meer over te leren, omdat zij nog heel erg jong zijn als ze stage gaan lopen. Ze hebben net hun eigen seksualiteit ontdekt en het is dan goed om te weten dat ze er in hun werkveld veel mee te maken gaan krijgen. Maar ik denk dat het nog veel belangrijker is dat je goed begeleid wordt door oudere begeleiders of zorgverleners.”

 

Werkveld

Dat seksualiteit noggeen verplicht onderdeel is in het curriculum betekent niet dat er helemaal niks is veranderd is nadat de cijfers bekend werden. Zo is het voor het zorginstellingen inmiddels verplicht om seksualiteit op te nemen in het zorgplan en zijn er taxateurs ingesteld die speciaal zijn opgeleid om gesprekken te voeren over seksualiteit.

 

Zo speelt seksualiteit een grote rol in het beleid van zorginstelling ’s Heeren Loo. Martijn Houkes is seksuoloog en gedragswetenschapper en aangesloten bij ’s Heeren Loo. Hij begeleidt cliënten, maar helpt zorgverleners ook als zij vragen hebben over hoe ze met seksualiteit om moeten gaan. Elke drie jaar krijgen de zorgverleners een training over seksualiteit waarbij casussen besproken worden, maar er ook les wordt gegeven over de seksuele ontwikkeling van mensen met een beperking. Houkes merkt tijdens het geven van de trainingen dat de jongere mensen die net klaar zijn met hun studie vaak moeite hebben met het onderwerp. “Mensen die al wat ouder zijn en meer ervaring hebben kunnen vaak veel makkelijker omgaan met seksualiteit. De jongeren mensen zitten in eerste instantie nog vaak met rode oren te luisteren. En dat snap ik ook heel goed. Als je twintig bent, zit je zelf nog midden in je seksuele ontwikkeling. Ze geven ook vaak aan geen les te hebben gehad over seksualiteit.”

 

Houkes geeft elke drie jaar training over seksualiteit en dat is volgens hem ook nodig. “Je moet seksualiteit op de kaart blijven zetten, anders laat men het sneller liggen. Het is een complex onderwerp en mensen vinden het toch vaak een beetje gênant om over te praten.” ’s Heeren Loo is bezig met het omvormen van de trainingen zodat er meer ruimte is voor het bespreken van casussen, maar ook om de positieve kant van seks te kunnen bespreken. “In de verstandelijke gehandicaptenzorg gaat het heel vaak over de negatieve kant van seks en niet hoe het ook iets moois kan toevoegen aan iemand zijn leven. We willen er meer proactief over gaan praten en ervoor zorgen dat mensen hierover makkelijker met hun cliënt in gesprek kunnen gaan.”

 

Ondergeschoven kindje

Isabel Verleun werkt bij Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) als beleidsmedewerker voor het onderwijs. VGN is een organisatie die namens 167 zorginstellingen belangen behartigt voor de gehandicaptenzorg. Zij lobbyen bijvoorbeeld bij de overheid voor betere regelgeving in de gehandicaptenzorg. Toch schiet het nog niet op. Ook bij de VGNlijkt seksualiteit een beetje het ondergeschoven kindje. “Wij lobbyen bij de overheid als onze leden dat van ons vragen. Dat is dus eigenlijk niet zo vaak. Dus als al onze leden vinden dat seksualiteit een verplicht onderdeel moet worden van het curriculum van welke opleiding dan ook, dan gaan we ermee aan de gang.” 

 

Hoewel de VGN dus niet veel tijd besteedt aan dit thema in vergelijking met andere thema’s, vindt Verleun wel dat het verplicht moet worden. “Ik vind dat de overheid het moet verplichten. Dan kun je er niet meer omheen. Ik zou niet weten waarom het na het rapport van Commissie Samson niet verplicht is geworden voor de opleidingen gehandicaptenzorg. De cijfers liegen er niet om. Als we kijken naar recente onderzoeken zien we dat 70 procent van de mensen met een verstandelijke beperking of een handicap te maken hebben met ongewenste intimiteit of seksueel misbruik. Dat is een hele kwetsbare groep en die moet je beschermen.”

 

Er wordt onvoldoende gedaan op het gebied van seksualiteit bij de opleidingen gehandicaptenzorg. Voorgaande onderzoeken hebben telkens opnieuw uitgewezen dat deze groep kwetsbaar is voor seksueel misbruik. Toch wordt er niet voldoende gedaan bij de zorgopleidingen om dat op te lossen. Studenten zijn niet voorbereid op het werkveld en weten niet hoe ze moeten omgaan met dit thema. Er wordt op een groot aantal opleidingen al aandacht besteedt aan seksualiteit, maar studenten geven aan dat dit niet voldoende is.

 

Wie is er dan verantwoordelijk? Velen wijzen naar de VGN, maar volgens Verleun is dat niet terecht. “De branche moet het aangeven als ze willen dat er iets verandert. Dan kunnen we de handen in elkaar slaan en gezamenlijk iets bedenken. Dus organisaties pak je verantwoordelijkheid. Maar ook de ouders, de politiek en het onderwijs spelen een belangrijke rol en zijn in bepaalde mate verantwoordelijk.”

 

Maar de zorginstellingen zijn sinds 2012 al sterk veranderd en hebben hun beleid al aangepast. Het zijn de zorgopleidingen die achterblijven. D66-Kamerlid Vera Bergkamp heeft zich in het verleden ingezet voor mensen met een verstandelijke beperking. In een schriftelijke reactie laat ze weten: “Onderwijsinstellingen gaan in principe zelf over de invulling van hun curricula. Het is mooi om te zien dat seksualiteit steeds meer aandacht krijgt, maar we zijn er nog niet. Het is nog niet overal een belangrijk onderwerp en dat zou het wel moeten zijn, omdat het zo een wezenlijk onderdeel is van ieder mens. Ik ga daarom de Minister verzoeken om dit te bespreken met de onderwijsinstellingen. Daarbij is het zeker belangrijk om oog te hebben voor grensoverschrijdend gedrag en hoe je om moet gaan met iemand die misbruikt is, maar het is tevens belangrijk om het onderwerp seksualiteit niet alleen te problematiseren. Seks is leuk, ook voor mensen met een beperking. Een belangrijke vraag is zeker in een instelling, dat mensen zich seksueel kunnen uiten. 

 

Verder is aandacht in de opleiding niet voldoende. Ook op de werkplek zelf verdient het de aandacht, bijvoorbeeld door middel van intervisie. Hoe ga je als zorgverlener om met bepaalde situaties? Hoe kun je het thema voorbehoedsmiddelen bespreken? Het is belangrijk dat het taboe ervan af gaat. Daar zet ik me in de Tweede Kamer voor in.”

 

Herhaling, herhaling, herhaling

Er is al meerdere malen aan de bel getrokken. Volgens Christel van der Horst en Dilana Schaafsma en met hen vele anderen, moet er nu verandering komen. Als de overheid besluit om het verplicht te maken, dan pleiten Christel en Dilana ervoor om vooral heel veel te herhalen. “Het is een hele heterogene groep. We hebben heel veel kennis over welke methodes werken. We weten dat heel veel herhaling nodig is, maar je ziet nog wel dat dat in de methodes nog wel ontbreekt. Voor deze doelgroep is seksuele voorlichting zo belangrijk en dat moet niet één keer een middagje gegeven worden,” vindt Schaafsma.

 

Van der Horst voegt daar nog aan toe: “Ik vind het belangrijk dat de studenten leren hoe een normale seksuele ontwikkeling eruit ziet bij iemand met een verstandelijke beperking.  En vooral: begin al in het eerste jaar met lesgeven hierover. Leer de studenten wat de signalen van grensoverschrijdend gedrag zijn en hoe ze omgaan met vragen over seksualiteit en onthullingen van seksueel misbruik. Maar leer de studenten ook om naar zichzelf te kijken en hoe ze zichzelf moeten beschermen.”

 

Excessen voorkomen

De les van Bjorn Ciggaar is bijna afgelopen. Ciggaar vertelt de klas nog even wat ze volgende les kunnen verwachten. “Volgende week komen er drie vrouwen van SAR om jullie vragen te beantwoorden en te vertellen over hun werk. Je kunt ze dan alles vragen wat je wilt.” De studenten verlaten met luid geklets het lokaal. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk. Volgens Bjorn gaat het er bij de lessen niet om dat je alle theorie kent. “Het gaat erom dat het een makkelijker onderwerp wordt en dat je er over kan praten met je cliënt. Dat je goede voorlichting kan geven en zo excessen kan voorkomen, dat is het doel.” De interesse voor dit thema is bij de klas groot. Over een paar weken geven ze een presentatie over wat ze bij het vak geleerd hebben. Het doel: die 3D-geprinte clitoris mee naar huis nemen. Bjorn’s doel is bereikt: de leerlingen zijn enthousiast en denken na over het onderwerp seksualiteit. Misschien inspireert het andere opleidingen om hetzelfde te doen.

 

*Onderzoek naar de opleidingen

In het kader van deze productie is een eigen onderzoek uitgevoerd.  De opleidingen die zijn meegenomen in het onderzoek zijn (Persoonlijk) begeleider gehandicaptenzorg, Begeleider specifieke doelgroep, Helpende zorg en welzijn, Maatschappelijke zorg (en verzorging), Pedagogiek (hbo), Pedagogische wetenschappen (wo), Social Work, Thuisbegeleider, Verpleegkunde (hbo), Verpleegkunde (mbo) en Verzorgende. De opleidingen Social Work, begeleider Specifieke doelgroepen, Pedagogiek en Pedagogische wetenschappen hebben zowel een uitstroomprofiel voor gehandicaptenzorgwerker als voor jeugdzorgwerker en zijn daarom ook meegenomen in dit onderzoek.